Stichting Orgelkring "Hendrik Niehoff"

Geschiedenis




Het grote orgel

pijpenUit de archieven van de Illustre Lieve Vrouwe Broederschap blijkt dat er al in de 14e eeuw gesproken wordt van een orgel in de Sint-Janskathedraal te 's-Hertogenbosch. Het is bekend dat in 1533 Hendrik Niehoff een orgel gebouwd heeft dat door de torenbrand van 1584 werd verwoest. Tijdens het Twaalfjarig Bestand werd aan de westwand het huidige grote orgel gebouwd. Het is een van de pronkjuwelen van de Sint-Janskathedraal. De kast, gemaakt in de jaren 1617-1620, geldt als een der indrukwekkendste ter wereld. De monumentale architectonische vormgeving is van een ongeëvenaarde majesteitelijke schoonheid. Uitzonderlijk rijk is het beeldhouw- en snijwerk. Heel het arsenaal motieven van de Nederlandse renaissanceornamentiek is er in te vinden. Schrijnwerker Frans Simonsz en de beeldhouwer Georg Schysler hebben dit kunstwerk gemaakt.

Het sonore gedeelte van het instrument heeft een bewogen geschiedenis. Florentius Hoque uit Grave was de eerste bouwer. Zijn werk werd niet goed bevonden en twaalf jaar later verbeterd door vader en zoon Hagerbeer (1634) en toen door de keurmeesters aldus geprezen: "dat ons orgel alle orgels hier in Nederland te boven gynck".houtsnijwerk In het begin van de l8e eeuw werd het orgel hersteld en met enige registers verrijkt door Corne1is Hoornbeeck en Cristian Müller. In de zeventiger jaren raakte het instrument in ongerede. De jonge Duitse orgelbouwer A.G. F. Heyneman uit Nijmegen bouwde in de jaren 1784-1787 een nieuw instrument in de stijl van laat-rococo en vroeg-classisisme met gebruikmaking van de oude labiaalpijpen. In 1902 kwam een totale ombouw naar de smaak van die tijd door de Gebrs. Franssen gereed. Het mechanische systeem werd vervangen door pneumatiek, het rugwerk werd leeggehaald en vele registers werden toegevoegd. Weer een nieuwe ombouw kwam tot stand in 1953 door de firma Verschueren. Het instrument telde 72 registers en was toen het omvangrijkste van Nederland. Het kreeg sleepladen en electropneumatische tractuur. Het resultaat bleek onbevredigend.

In het kader van de restauratie vanaf 1961 van het kerkgebouw, de preekstoel, de koorbanken en het lijdensaltaar werd besloten ook het orgel te restaureren, ongeveer naar de toestand van 1787. Daarover was genoeg bekend en veel pijpwerk was nog aanwezig. De mechanische tractuur werd nieuw in gebouwd, historisch pijpwerk verlengd tot de oude toonhoogte, ontbrekende pijpen werden bijgemaakt in de oude factuur en enige nieuwe registers werden toegevoegd. Toen de firma Flentrop dit werk in 1984 voltooid had bleek het instrument, hoewel aanzienlijk kleiner dan na 1953, veel welsprekender te zijn geworden en hersteld in oude glorie. Historische pijpen van Hoque (1622), Hagerbeer (1634), Hoornbeeck (1718), Müller (1722), Heyneman (1787), Vollebregt (1870) en nieuwe van Flentrop bieden afzonderlijk en gecombineerd een klankschoonheid, waarvan ook gastorganisten onder de indruk komen. Tussen half september 2003 en half januari 2004 zijn alle pijpen ontdaan van oxidatie, roetaanslag en vuil. De steigers, nodig om de frontpijpen te bewerken, heeft men gebruikt om ook de kast te reinigen en opnieuw in de was te zetten.

houtsnijwerk 01 houtsnijwerk 02 houtsnijwerk 03

Uitzonderlijk rijk beeldhouw- en snijwerk in Nederlandse renaissancestijl.

top

Het koororgel

pijpenSinds 1985 is de Bossche Sint-Jan een nieuw koororgel rijker. Met de voltooiing van dit instrument, dat vervaardigd werd door de orgelmakers Verschueren te Heythuysen, is in de Sint-Jan een traditie hersteld, die teruggaat op de middeleeuwen, de aanwezigheid namelijk van een orgel, kleiner dan het hoofdinstrument en bestemd voor gebruik in de directe omgeving van koor- en altaardienst. Sinds eeuwen bestaat het gebruik om in grote katholieke kerken, zoals kathedralen, kapittel- en kloosterkerken, een orgel voor de dagelijkse missen en getijden te hebben, terwijl elders in het kerkgebouw, meestal aan de westzijde (de torenkant) een representatief groot orgel aanwezig was. In vele landen van Europa treffen we deze situatie nog aan. Het kleinere orgel, dat de naam koororgel kreeg, bevond zich vaak op het oxaal, dat het grote koor van het transept of kerkschip scheidde. Zo ook in Den Bosch, voordat de brand van 1584 oxaal en orgel verwoestte. In de jaren 1616-1617 vervaardigde Jan van Weert een nieuw koororgel voor de Sint Jan, dat een plaats kreeg op het zojuist voltooide oxaal. Met 20 registers was het een instrument dat er zijn mocht. Hersteld onder meer door de Hagerbeers in 1635 en door Heyneman in 1782 deed het bijna 250 jaar dienst, zowel in de katholieke als in de protestantse periode van de Sint Jan. De sloop en verkoop van het schitterende oxaal in 1866 betekende het einde van een ongetwijfeld fraai orgelmonument, waarvan de kas met luiken nog op oude foto's van kort voor 1866 te bewonderen zijn. Van 1866 tot 1948 deed alleen het grote orgel van de Sint Jan dienst en was er een "koororgel-loos" tijdperk. Na de tweede wereldoorlog deed de behoefte aan een tweede orgel zich voelen. Enerzijds was de ruimte op de westelijke orgelgalerij veel te klein voor een koor van behoorlijke omvang, anderzijds ontstond de liturgische wens, de zangers dichter bij het altaargebeuren op te stellen. Bovendien was het grote orgel door allerlei oorzaken onbruikbaar geworden. Er kwam een nieuw koororgel in de eerste straalkapel van de kooromgang.waarvan de tribune en het front ontworpen werden door de architect van de Sint-Jan, P. van Kessel. Het orgel werd geplaatst door de orgelmakers Verschueren te Heythuysen. Op 2 manualen en pedaal kreeg het orgel 37 stemmen. Naar de gewoonte van die dagen werd de tractuur electropneumatisch. Nadat het orgel eind 1948 was voltooid, werd het op 23 februari 1949 door de commissieleden gekeurd en "met alle lof" goed bevonden. Echter, mede door de plaats kon de klank van dit toch niet geringe orgel zich maar slecht ontwikkelen.

In het kader van de restauratie van de Sint Jan gingen de verantwoordelijke commissies zich bezinnen op een nieuwe en betere plaats voor de koorzang. Verder achtte men het noodzakelijk, de in 1948 volgebouwde straalkapel, te ontruimen, waarvoor demontage van het koororgel noodzakelijk zou worden. In 1979 werden plannen ingediend voor een koororgel met 28 stemmen (verdeeld over 2 manualen en pedaal) dat zou komen te staan boven de koorbanken, dit, nadat voor het koor een opstelling in het hoogkoor was gekozen. De orgelplannen werden gemaakt door de orgelmakers Verschueren. Na vele besprekingen dienden de orgelmakers een eigentijds frontontwerp in, dat door de instanties werd goedgekeurd. Het nieuwe ontwerp voorzag in een orgel, waarvan de 3 werken (12 stemmen op manuaal I, 11 stemmen op manuaal II en 5 stemmen op het pedaal) allen in één kast dienden te staan, waarvan de breedte tot een "minimaal maximum" gereduceerd moest worden. Dit alles, tesamen met de opdracht de klaviatuur aan de zijkant aan te brengen, stelde aan de orgelmakers gigantische eisen. Bovendien waren in dit concept de wijde mensuren van het pijpwerk, alsmede de dispositieopzet, bepalend voor de indeling en afmetingen van de windladen. Deze dispositie is bewust romantisch van karakter, niet als kopie van het werk van een bepaalde 19e eeuwse orgelmaker, maar bedoeld om een klankbeeld te formeren, waarin klankkleuren soepel gemengd kunnen worden voor veel muziek uit 19e en 20e eeuws repertoire, zowel voor koor-, solistisch als samenzanggebruik. In het nieuwe koororgel zouden ook nog 2 goede 19e eeuwse registers uit het grote orgel een plaats moeten vinden, namelijk de Bourdon 16' en de Salicet 4', die bij de reconstructie overcompleet waren geworden. In december 1983 konden de orgelmakers Verschueren met het omvangrijke werk beginnen. Het in 1948 op ambachtelijke wijze vervaardigde pijpwerk kon voor het overgrote deel opnieuw gebruikt worden. Op 6 oktober 1985 werd het koororgel ingebruik genomen. Het is een mooi en uitermate bruikbaar instrument geworden, dat zeer veelzijdig is, zonder zijn karakter en opzet van koororgel prijs te geven. De eenvoudige lijnen van het goed geproportioneerde front passen mooi in het lijnenspel van de basiliek. Het nieuwe koororgel is een verrijking in alle opzichten.

top

Orgel sacramentskapel

Sacramentskapel orgel Het orgel in de sacramentskapel is gebouwd door de firma Verschueren in 1980. Omdat zowel het grote orgel als het koororgel als ook de kerk gerestaureerd werden in dezelfde periode werd gekozen voor een klein instrument, dat relatief gemakkelijk verplaatst kon worden en zo gedurende de restauratie met het koor mee kon verhuizen. Na de restauratie vond het zijn vaste plaats in de sacramentskapel.

top